Productontwerp bepaalt 80 procent van de milieu-impact

Duurzame producten maken, begint aan de tekentafel. ‘Dat betekent onder meer efficiënte materiaalkeuze, het vermijden van schadelijke stoffen en het ontwerpen van producten die eenvoudig te demonteren en te repareren zijn’, zegt Karine Van Doorsselaer, experte in ecodesign.

Dertig jaar geleden werd ecodesign nog vaak weggewuifd als een tijdrovend en kostbaar extraatje. Vandaag is het, mee dankzij Europese regelgeving, een onmisbare pijler in productontwikkeling.

‘Ecodesign gaat over levenscyclusdenken’, zegt Karine Van Doorsselaer, hoofddocent materialenleer en ecodesign aan het Departement Productontwikkeling van de Universiteit Antwerpen. ‘Tijdens het ontwerpproces wordt tachtig procent van de totale milieu-impact van een product bepaald.’

Voor elk stadium van een product, van grondstofwinning tot einde gebruik, streeft de een ecodesigner naar minimale milieu-impact. Dat betekent bij elke stap van de levenscyclus niet alleen minder materiaal- en energie-input, maar ook minder afval en emissies.

Ecodesign optimaliseert ook de circulariteit van producten. De focus ligt onder meer op het hergebruik van producten via herstel en onderhoud, en het hergebruik van componenten.

Regelgeving als katalysator

De doorbraak van de circulaire economie kwam er met de Green Deal van de Europese Commissie. Bedrijven passen ecodesign vaak toe om te voldoen aan wetgeving (compliance). Sommige doen het omdat ze willen vooruitlopen op (nog) strengere regels.

Life Cycle Assessments worden gepresenteerd als wetenschappelijk sluitend. In werkelijkheid zijn het grove schattingen, met een grote foutenmarge.

Karine Van Doorsselaer, experte ecodesign

Hoewel Europa bedrijven aanspoort om Life Cycle Assessments (LCA) uit te voeren, is Van Doorsselaer kritisch over de waarde ervan. Een LCA berekent de milieu-impact van een product of proces over de volledige levenscyclus aan de hand van grote hoeveelheden data en zeer veel aannames. Maar de resultaten zijn zeer onnauwkeurig door gebrek aan cruciale informatie en de complexiteit van de diverse scenario’s.

‘Voor talloze chemicaliën is er bijvoorbeeld geen data over toxiciteit. Ook de effecten van microplastics in bodem, lucht en water zijn nauwelijks onderzocht’, legt ze uit. ‘Toch worden LCA-rapporten gepresenteerd alsof ze wetenschappelijk sluitend zijn. In werkelijkheid zijn het grove schattingen, met een onbekende, maar grote foutenmarge.’

Dure en foute keuzes

Volgens Van Doorsselaer leidt dit vaak tot verkeerde beslissingen. Zo scoren kartonnen koffiebekers met een laagje plastic in LCA’s beter dan de plastic bekers. ’Maar men houdt daarbij geen rekening met de recyclagemogelijkheden.’

Daarnaast zijn LCA’s duur – gemiddeld zo’n 10.000 euro per studie – en vaak zodanig technisch dat bedrijven ze zelf niet kunnen uitvoeren. ‘Adviesbureau’s schieten als paddenstoelen uit de grond. En de ervaring leert dat het gegeven advies niet altijd correct is.’

Van Doorsselaer pleit daarom voor een praktische en kwalitatieve aanpak: een Design for X-checklist, waarin elke fase van de levenscyclus wordt getoetst aan ecodesign-vuistregels. Zo kunnen bedrijven gericht werken aan producten die zowel de milieu-impact minimaliseren als de circulariteit vergroten, zonder zich te verliezen in twijfelachtige cijfers.