Wat hebben een datacenter en een producent van kant-en-klare maaltijden gemeen? Meer dan u denkt. Beide bedrijven zoeken manieren om minder water te gebruiken, zonder in te boeten op groei of efficiëntie. Tijdens het Water for Growth-event van BNP Paribas Fortis vertelden LCL Data Centers en What’s Cooking? hoe ze dat aanpakken.
Water wordt een steeds belangrijkere grondstof voor bedrijven. Niet alleen door toenemende droogte en de klimaatverandering, maar ook omdat klanten, investeerders en overheden steeds nadrukkelijker vragen naar een verantwoord waterbeheer.
Voor de Belgische datacenteroperator LCL Data Centers begon de zoektocht naar minder waterverbruik ruim tien jaar geleden. ‘We stelden ons toen al de vraag waarom we servers zouden koelen met drinkwater’, zegt CEO Laurens van Reijen.
LCL Data Centers gaat voor A-label
Terwijl datacenters wereldwijd inzetten op systemen die water verdampen om energie te besparen, koos LCL bewust voor gesloten koelcircuits die zonder extern water functioneren.
Vandaag realiseert het bedrijf over zijn vijf Belgische datacenters een water usage effectiveness (WUE) – een maatstaf voor efficiënt waterverbruik in datacenters – van 0,07 liter per kilowattuur dat het aanwezige IT-materiaal verbruikt. Dat is ver onder de Europese richtwaarde van het Klimaatneutraal Datacenter Pact (CNDCP) van 0,4 liter. ‘Wij bewijzen dat datacenters functioneren zonder grote hoeveelheden water. De technologie is er, de sector kan er perfect op inzetten’, zegt van Reijen.
Waarom zouden we servers koelen met drinkwater? Die vraag stelden we ons tien jaar geleden al.
Laurens van Reijen, CEO LCL Data Centers
LCL investeert in eigen windturbines en zonneparken om een deel van zijn energie zelf op te wekken. Ook die investering vermindert volgens van Reijen indirect de waterafhankelijkheid van het bedrijf. De klassieke manier om elektriciteit op te wekken, via gascentrales, verbruikt immers ook koelwater.
Intussen bereidt LCL zich voor op strengere Europese normen. De Europese Commissie werkt momenteel aan een labelsysteem voor datacenters waarin waterverbruik een rol speelt.
Dankzij de vroege investeringen verwacht LCL voor vier van zijn vijf sites een A-label te behalen. ‘Zelfregulering heeft onze sector vooruitgeholpen, maar regels kunnen die beweging nog versnellen’, zegt van Reijen.
What’s Cooking? mikt op halvering waterverbruik
Bij voedingsproducent What’s Cooking? is water onmisbaar voor het bereiden van pasta’s, rijstgerechten en sauzen, voor reinigingsprocessen en voor koeling. Toch slaagde het bedrijf erin om zijn waterverbruik per kilogram product in drie jaar tijd met bijna 10 procent te verminderen zonder grote investeringen.

Volgens CFO Yves Regniers lag de sleutel vooral in bewustwording, meetbaarheid en betrokkenheid van medewerkers. Op alle productiesites werden meetpunten geïnstalleerd die exact registreren hoeveel water wordt gebruikt voor koken, reinigen en koelen.
‘Die data toonden dat er ook voor en na de productietijd nog waterverbruik was, onder meer door reinigings- en koelsystemen die bleven draaien’, zegt Regniers.
Op basis van die data werden processen aangepast, medewerkers gesensibiliseerd en kleine technische ingrepen doorgevoerd, zoals efficiëntere reinigingscycli en geoptimaliseerde stoomprocessen in ovens.
We streven naar een halvering van het waterverbruik per kilogram product tegen 2030.
Yves Regniers, CFO What’s Cooking?
Nu focust het bedrijf op een volgende fase, waarvoor grotere investeringen nodig zijn. In overleg met zijn financieringspartners – waaronder BNP Paribas Fortis – is What’s Cooking Group gunstige financieringsvoorwaarden overeengekomen. Die afspraken zijn gekoppeld aan een reductie van het waterverbruik met 30 procent tegen 2030. Intern streeft What’s Cooking zelfs naar een halvering van het waterverbruik per kilogram product.
‘Daarbij speelt hergebruik van gezuiverd afvalwater een cruciale rol. We hebben ervaring met dergelijke systemen uit een voormalige vestiging en willen die kennis verder uitrollen’, zegt technisch directeur Jan Van Genechten.
Toch blijft regelgeving een uitdaging. Vergunningen en lozingsnormen zorgen vaak voor onzekerheid en kunnen de financiële haalbaarheid van projecten onder druk zetten.
‘Wie serieus wil inzetten op het hergebruik van water, moet rekening houden met een complex vergunningstraject’, zegt Regniers. ‘Maar op lange termijn is dit een noodzakelijke stap voor een duurzame industrie.’