Water lijkt vanzelfsprekend, maar wordt steeds meer een economische uitdaging. Tijdens het Water for Growth-event van BNP Paribas Fortis waarschuwde water-econoom Esther Crauser-Delbourg dat water veel meer is dan een milieuthema. ‘Water is – net als energie – een strategische grondstof die de toekomst van bedrijven, industrieën en volledige waardeketens zal bepalen.’
Water stroomt uit de kraan, voedt de landbouw en houdt fabrieken draaiende. ‘Zonder water is er géén economie’, stelt Esther Delbourg scherp. ‘Water is vandaag de meest verhandelde grondstof ter wereld in volume, maar tegelijk de minst gewaardeerde in economische termen.’
De Franse onderzoekster, die doctor is aan de École Polytechnique in Frankrijk en CEO van het adviesbureau Water Wiser, ziet dagelijks hoe ondernemingen worstelen met een risico dat jarenlang werd onderschat. Volgens haar is de tijd voorbij waarin bedrijven water als een onbeperkte en goedkope productiefactor konden beschouwen. Wat het waterverhaal extra urgent maakt, is dat water als grondstof geen alternatieven kent.
De onzichtbare motor achter bijna alles
Een van de inzichten uit haar keynote is dat huishoudens slechts een klein deel van het wereldwijde waterverbruik vertegenwoordigen. Terwijl discussies vaak gaan over korter douchen of zuiniger omspringen met kraanwater, ligt het échte verbruik elders.
‘Negentig procent van al het water dat wereldwijd wordt gebruikt, gaat naar de productie van economische goederen’, benadrukt Delbourg. ‘Landbouw, industrie en energie zijn de grootste watergebruikers.’
Water is vandaag de meest verhandelde grondstof ter wereld in volume, maar tegelijk de minst gewaardeerde in economische termen.
Esther Crauser-Delbourg, water-econoom
Vrijwel alles wat we dagelijks consumeren, van voedsel en kleding tot cosmetica en medicijnen, vergt veel water. Een glas wijn vertegenwoordigt al snel meer dan honderd liter water, net als een kop koffie. Voor een katoenen T-shirt zijn vaak duizenden liters nodig.
Toch is volgens Delbourg niet het watergebruik zelf het probleem, maar het gebrek aan inzicht. ‘De vraag is niet óf we water gebruiken, maar of we begrijpen hoeveel we gebruiken, welk type water het is en welke druk we daarmee op een regio leggen.’
Water is goedkoop, waterschaarste niet
‘Water is bovendien goedkoop’, stelt Delbourg. ‘En omdat water in veel regio’s nauwelijks een prijs heeft, wordt het vaak niet meegenomen in economische beslissingen.’ Daardoor investeren bedrijven te weinig in efficiënt gebruik, hergebruik en risicobeheer. ‘We kunnen elke druppel olie, gas of energie opvolgen, maar voor water lopen we vaak geblinddoekt rond.’
Die blindheid leidt volgens haar tot verkeerde investeringen. Bedrijven onderschatten de gevolgen van droogte, vervuiling of concurrentie om water, tot een fabriek stilvalt of een productieproces wordt onderbroken. De economische impact kan aanzienlijk zijn. ‘Een fabriek die zonder water valt, verliest vaak tussen honderdduizend en één miljoen euro per dag.’
Tegelijk zijn veel oplossingen relatief betaalbaar, zeker als je rekening houdt met de besparingen die daaruit voortvloeien. Door waterstromen beter te meten, te hergebruiken en efficiënter in te zetten, kunnen bedrijven hun verbruik drastisch verminderen. ‘Bij de klanten van Water Wiser vinden we bijna altijd mogelijkheden om twintig tot tachtig procent minder water te gebruiken zonder de productie te verlagen.’

Ook België staat onder druk
Twintig jaar geleden geloofden veel bedrijven dat ze grondstoffen altijd elders konden inkopen wanneer een regio met droogte kampte. Vandaag is die zekerheid verdwenen. Volgens Delbourg krijgt vrijwel elke regio te maken met waterstress, door schaarste, overstromingen of verslechterende waterkwaliteit.
Ook België ontsnapt daar niet aan. ‘België heeft water, maar de bodems houden het onvoldoende vast. Bovendien is er vooral in Vlaanderen een hoge bevolkings- en industriële dichtheid en zijn er ernstige waterkwaliteitsproblemen.’ Daardoor is ons land een van de Europese regio’s met de hoogste ‘waterstress’.
Niet elk water is hetzelfde
Een cruciaal onderscheid dat volgens Delbourg vaak vergeten wordt, is dat tussen regenwater en irrigatiewater. De impact van beide is fundamenteel verschillend. Zo bestaat de watervoetafdruk van veel Franse wijn voor meer dan negentig procent uit regenwater, waardoor de productie nauwelijks druk zet op rivieren of grondwaterreserves.
Water is goedkoop. En omdat water in veel regio’s nauwelijks een prijs heeft, wordt het vaak niet meegenomen in economische beslissingen.
Esther Crauser-Delbourg, water-econoom
‘Niet alle water heeft dezelfde waarde en niet elk watergebruik creëert dezelfde druk op het systeem.’ Voor bedrijven wordt het daarom steeds belangrijker om niet alleen naar volumes te kijken, maar ook naar de herkomst van het water en de lokale beschikbaarheid.
Waterkwaliteit wordt het volgende strijdpunt
Naast schaarste ziet Delbourg ook de waterkwaliteit uitgroeien tot een van de grootste uitdagingen van deze eeuw. PFAS, pesticiden en andere ‘forever chemicals’ worden vandaag wereldwijd teruggevonden, zelfs in afgelegen gebieden.
‘Voedsel en water zullen de grootste schandalen van deze eeuw worden. De vervuiling blijft vaak tientallen jaren aanwezig en is bijzonder moeilijk en duur om op te ruimen. Tegelijk loopt de regelgeving achter op de wetenschappelijke kennis.’
Toch eindigt haar boodschap optimistisch. Volgens Delbourg beschikken bedrijven en overheden vandaag al over de nodige technologieën en oplossingen. ‘Water trekt zich niets aan van grenzen. Europa heeft nood aan een geïntegreerde waterstrategie. We kunnen dezelfde productie realiseren met dertig tot veertig procent minder water. Daarom starten we best vandaag nog met water te tellen, waarderen en beheren als de strategische grondstof die ze werkelijk is.’