Vier op de tien werknemers willen een sabbatical

Studeren, 40 jaar werken en daarna pas rust: de klassieke loopbaan staat onder druk. Steeds meer Belgen willen onderweg de pauzeknop induwen. Volgens onderzoek van verzekeraar NN droomt bijna de helft van wie werkt van een lange loopbaanpauze.

Toen popster Harry Styles onlangs sprak over zijn nieuwe nummer Aperture, vertelde hij dat hij bewust enkele jaren afstand had genomen van zijn carrière. De zanger wilde, naar eigen zeggen, ‘rondzwemmen in verschillende hoeken van het leven waar hij daarvoor niet veel aandacht aan had besteed.’

Wat voor een wereldster een persoonlijke keuze lijkt, ligt verrassend dicht bij de wensen van veel werknemers in België. Ook zij verlangen naar meer flexibiliteit in hun loopbaan. Tijd om te reizen, kinderen op te voeden, nieuwe vaardigheden te leren of gewoon even gas terug te nemen.

De meest opvallende conclusie uit het NN-onderzoek is dat een volledige loopbaanpauze voor veel werknemers aantrekkelijk klinkt. In totaal zegt 43 procent van de werkende Belgen dat een sabbatical hen aanspreekt.

Belgen concentreren hun loopbaan in een relatief korte periode. Als we langer actief moeten blijven, zullen we onze carrière anders moeten organiseren.

Colin Sanders, langleven-expert bij NN

Bij jongvolwassenen loopt dat op tot 53 procent. Er zijn wel grote verschillen wat betreft haalbaarheid: 71 procent van de ambtenaren denkt dat een sabbatical haalbaar is, bij de zelfstandigen is dat 35 procent.

Het gaat daarbij niet om een paar weken verlof, maar om langere onderbrekingen waarbij het werk volledig wordt stopgezet. Volgens Colin Sanders, langleven-expert bij NN, wijst dat op een duidelijke trend. ‘We zien al langer dat er een behoefte bestaat om een loopbaan anders in te vullen en meer flexibiliteit te krijgen.’

Minder hard, maar langer werken

Volgens Sanders past die trend in een bredere discussie over hoe we in de toekomst zullen werken. België kent relatief korte loopbanen in vergelijking met andere Europese landen.

Gemiddeld verlaten Belgen de arbeidsmarkt rond hun 61ste of 62ste. Tegelijk leven ze gemiddeld nog meer dan twintig jaar na hun pensioen. De effectieve carrière duurt daardoor gemiddeld slechts zo’n 35 jaar, een van de kortste in de EU.

‘Belgen concentreren hun loopbaan in een relatief korte periode’, zegt Sanders. ‘Als we langer actief moeten blijven, zullen we onze carrière anders moeten organiseren.’

Daaruit groeide het idee van het LangLeven-model waarbij werknemers een deel van hun pensioenjaren inruilen voor meer flexibiliteit tijdens hun loopbaan.

‘In dit model kan je een jaar later met pensioen gaan en dat extra jaar gebruiken om tijdens je carrière enkele lange pauzes in te bouwen’, zegt Sanders.

Een carrière is geen sprint naar het pensioen, maar een marathon met rustpunten.

Colin Sanders, langleven-expert bij NN

Naast een sabbatical lijken ook andere vormen van flexibiliteit sterk te leven. 62 procent heeft interesse in een vierdaagse werkweek. Volgens de respondenten is zo’n werkweek in veel organisaties ook haalbaar. 53 procent denkt dat een vierdaagse werkweek mogelijk is binnen hun bedrijf.

Ook ‘digitaal nomadisme’ wint aan populariteit: 38 procent van de werkenden ziet het zitten om hun job vanop afstand uit te voeren. Bij jongvolwassenen loopt dat op tot 46 procent.

Sanders: ‘In de praktijk blijkt dat echter moeilijker te realiseren in veel bedrijven. Slechts 27 procent zegt dat hun organisatie dit mogelijk maakt.’

Tijdelijk van job wisselen

Een ander concept dat meer aandacht krijgt, is job swapping. Daarbij wisselen werknemers tijdelijk van functie met een collega of met iemand uit een andere (zuster)organisatie.

Bijna drie op de tien Belgen (29%) vinden dat een interessant idee. Het kan een manier zijn om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen of even afstand te nemen van de routine van de eigen job.

‘In plaats van een sabbatical waarin je professioneel niets doet, kun je ook een sabbatical nemen van je eigen job’, zegt Sanders. ‘Door tijdelijk iets anders te doen worden je hersenen en vaardigheden op een andere manier gebruikt.’

De groeiende vraag naar flexibiliteit heeft volgens Sanders te maken met hoe werknemers hun tijd ervaren. Uit aanvullend onderzoek blijkt dat 42 procent van de actieve Belgen vinden dat ze te weinig tijd hebben voor de dingen die ze écht belangrijk vinden.

‘Meer autonomie over tijd en tempo maakt het mogelijk om energie te sparen op drukke momenten en die later opnieuw in te zetten’, zegt Sanders. ‘Werknemers die meer controle hebben over hun agenda, vakanties en werkritme zijn vaker tevreden met hun job.’

Toch gaat het volgens Sanders niet alleen over de werk-privébalans. Dat begrip suggereert een perfect evenwicht op elk moment, terwijl de realiteit vaak anders is.

In sommige fases van het leven of de carrière moet er nu eenmaal harder gewerkt worden. In andere periodes is er meer ruimte voor gezin, studie of rust.

Sanders vergelijkt het met een vorm van harmonie over de hele levensloop. De conclusie van het onderzoek is duidelijk: steeds meer Belgen willen hun loopbaan anders organiseren. Minder lineair, minder strak en met meer ruimte voor rust en ontwikkeling.

‘Een loopbaan is geen sprint naar het pensioen’, besluit Sanders. ‘Het is een marathon met rustpunten.’