‘De euro kan een sterke groene hefboom worden’

Wat als de euro niet alleen een munt is, maar ook een krachtig instrument in de strijd tegen klimaatverandering? Volgens professor Jens van ’t Klooster ligt daar een unieke kans voor Europa. ‘Door de internationale rol van de euro te versterken, kan de EU tegelijk haar afhankelijkheid van de dollar verminderen én de overgang naar een duurzame economie versnellen.’

De wereldorde verschuift snel. Conflicten in het Midden-Oosten en Oekraïne, gecombineerd met een grilliger en onvoorspelbaar beleid in de Verenigde Staten, zetten de fundamenten van het mondiale financiële systeem onder druk.

‘Europa voelt dat sterk’, stelt Jens van ’t Klooster, professor Politieke Economie aan de Universiteit van Amsterdam. ’Europese bedrijven gebruiken nog steeds massaal de dollar. Dat maakt onze economie afhankelijk van beslissingen in de VS. En daar gaat het momenteel gewoon niet goed mee.

Die afhankelijkheid is diepgeworteld. Meer dan de helft van de Europese import wordt in dollars afgerekend, terwijl ook een aanzienlijk deel van obligaties en banktegoeden in dollars luidt.

Dat zorgt voor een lock-in effect: bedrijven blijven de dollar gebruiken omdat anderen dat ook doen. De gevolgen zijn concreet en soms schrijnend.

‘Zelfs instellingen zoals het Internationaal Strafhof in Den Haag ondervinden problemen. Door Amerikaanse sancties kunnen medewerkers soms geen bankrekening in dollar openen. Dat toont hoe kwetsbaar we zijn’, zegt Van ’t Klooster.

Een systeem op losse schroeven

Die afhankelijkheid wordt extra riskant nu het vertrouwen in de stabiliteit van het Amerikaanse financiële systeem afneemt. Waar de VS tijdens de financiële crisis van 2008 nog als redder optraden, is het onzeker of dat opnieuw zal gebeuren.

’Er worden beslissingen genomen die het systeem minder stabiel maken’, waarschuwt Van ’t Klooster. ‘Wij vrezen dat de VS bij een volgende crisis niet meer dezelfde ondersteunende rol zal spelen.’

Tegelijk is Europa nog altijd sterk ingebed in een dollar-gedreven infrastructuur, van betalingssystemen tot internationale handel. Veel transacties lopen via Amerikaanse clearinghuizen, vaak in New York. Dat geeft Washington indirecte macht over Europese economische stromen.

Opvallend is dat de discussie over de euro niet alleen economisch of geopolitiek is, maar ook sterk ecologisch. Volgens Van ’t Klooster is er een directe en sterke link tussen dollarafhankelijkheid en fossiele energie. ‘Fossiele brandstoffen worden wereldwijd in dollars verhandeld. Daardoor blijven we vastzitten in dat systeem.’

Hoe sterker de euro internationaal wordt, hoe makkelijker we weg bewegen van fossiele brandstoffen.

Jens van ’t Klooster, professor Politieke Economie Universiteit Amsterdam

Een sterkere internationale rol voor de euro kan die dynamiek doorbreken. Europa is nu al een belangrijke markt voor groene obligaties, vaak uitgegeven in euro. Door dat verder uit te bouwen, kan de munt een motor worden voor de energietransitie.

‘Het is een zichzelf versterkende spiraal. Hoe sterker de euro internationaal wordt, hoe makkelijker we weg bewegen van fossiele brandstoffen. En omgekeerd.’

Hij illustreert dat met een anekdote uit de Griekse schuldencrisis. ‘Een regeringsleider zei me ooit dat een faillissement onmogelijk was, omdat ze dan hun olie-import niet meer konden betalen. Dat toont hoe diep die afhankelijkheid zit.’

Versnipperd beleid, gemiste kansen

Tot nu toe heeft de Europese Unie weinig gecoördineerd beleid gevoerd om de internationale rol van de euro te versterken. Initiatieven bleven verspreid over verschillende domeinen: handel, financiële markten, monetair beleid.

‘Dat is misschien wel de kern van het probleem’, zegt Van ’t Klooster. ‘De EU is versnipperd. Terwijl je in elk onderdeel van het beleid stappen kunt zetten om de euro aantrekkelijker te maken.’

Ook de Europese Centrale Bank speelde lange tijd een terughoudende rol. ‘De ECB beschouwde dit de voorbije jaren als té politiek. Ze focusten op prijsstabiliteit binnen de eurozone en lieten de internationale rol over aan de markt. Maar die houding wordt steeds moeilijker vol te houden. De kosten van niets doen zijn nu gewoon te groot.’

Volgens Van ’t Klooster ligt de oplossing in een brede, gecoördineerde strategie. Niet één maatregel, maar een combinatie van ingrepen moet het gebruik van de euro wereldwijd stimuleren. In handelsbeleid kan de EU bijvoorbeeld expliciet kiezen voor transacties in euro.

‘Waarom zouden we handelsakkoorden nog standaard in dollars afsluiten? We kunnen perfect zeggen: dit doen we voortaan in euro.’

Ook in de financiële sector liggen kansen. Banken en toezichthouders kunnen kritischer kijken naar de risico’s van dollarblootstelling. Tegelijk kan de EU aantrekkelijkere euro-activa creëren, bijvoorbeeld via gezamenlijke schuldinstrumenten.

‘Je moet netwerkeffecten omdraaien. Vandaag gebruiken bedrijven de dollar omdat anderen dat doen. Als je genoeg bedrijven richting de euro duwt, kan dat snel kantelen en volgt de rest vanzelf.’