Sinds dit jaar is het Europese mechanisme voor koolstofgrenscorrectie – beter bekend als het Carbon Border Adjustment Mechanism of CBAM – officieel van kracht. ‘Vooral kmo’s die importeren, krijgen te maken met nieuwe rapporteringsverplichtingen en mogelijk extra kosten’, zegt Tim Vancouillie van E-luse.
Het basisidee achter CBAM is relatief eenvoudig: voor producten die van buiten de EU worden ingevoerd, moeten hetzelfde betaald worden voor de koolfstofuitstoot als voor producten die binnen Europa worden gemaakt.
Volgens Tim Vancouillie, oprichter van duurzaamheidsadviesbureau E-luse, is CBAM geen plots ingevoerde maatregel. ‘Het systeem draaide eigenlijk al anderhalf jaar proef. Bedrijven moesten toen al rapporteren, maar er hing nog geen financiële verplichting aan vast. Dat is nu wel het geval.’
Europese industrieën betalen al voor hun CO₂-uitstoot via het emissiehandelssysteem ETS. Dat systeem legt een prijs op uitstootrechten (die momenteel rond 75 euro per ton CO₂ schommelt). Buiten Europa liggen die kosten vaak veel lager of bestaan ze zelfs niet.
‘CBAM zal het concurrentieveld eerlijker maken’, zegt Vancouillie. ‘Europese bedrijven betalen al jaren voor hun uitstoot. Zonder grenscorrectie dreigt productie te verhuizen naar landen waar die kosten niet bestaan.’
Niet alleen voor grote industrie
Het CBAM-mechanisme werkt letterlijk aan de EU-grens. Importeurs moeten rapporteren hoeveel goederen ze invoeren én hoeveel CO₂ werd uitgestoten bij de productie ervan. Als in het land van oorsprong minder voor uitstoot werd betaald dan in Europa, moet de invoerder het verschil bijpassen. Die zal dat allicht trachten te verhalen op de invoerprijs.
‘Hoewel klimaatbeleid vaak met grote multinationals wordt geassocieerd, raakt CBAM ook kleinere bedrijven’, benadrukt Vancouillie. ‘De invoerder is namelijk verantwoordelijk, en dat kan evengoed een distributeur of kmo zijn die materialen aankoopt.’
Europese bedrijven betalen al jaren voor hun uitstoot. Zonder grenscorrectie dreigt productie te verhuizen naar landen waar die kosten niet bestaan.
Tim Vancoullie, oprichter duurzaamheidsadviesbureau E-luse
Vandaag geldt de regeling voor een beperkte maar strategische groep producten: ijzer en staal, aluminium, cement, meststoffen, elektriciteit en waterstof. Net die sectoren behoren tot de meest koolstofintensieve industrieën.
Bedrijven moeten hun invoer registreren via een Europees rapporteringsplatform dat gekoppeld is aan de douane. Maar daar wringt volgens Vancouillie soms het schoentje.
‘Veel ondernemingen beseffen pas nu dat hun goederen effectief geblokkeerd kunnen worden als de CBAM-aangifte ontbreekt. We zien al gevallen waarbij douaneproducten niet worden vrijgegeven.’
Opluchting voor kleinere kmo’s
Eerst gold de rapporteringsplicht voor elke hoeveelheid ingevoerde goederen, hoe klein ook. Dat leidde tot frustratie bij kleinere importeurs. Met een recente aanpassing werd daarom een drempel ingevoerd: bedrijven die minder dan 50 ton CBAM-goederen per jaar invoeren, moeten niet langer rapporteren.
‘Dat is een belangrijke vereenvoudiging’, zegt Vancouillie. ‘We zagen kmo’s die amper tien ton invoerden maar toch door een zware administratieve procedure moesten. Dat was eigenlijk disproportioneel.’
Moeilijke zoektocht naar betrouwbare data
Een grote praktische uitdaging ligt bij het verzamelen van correcte emissiegegevens. Importeurs kunnen werken met standaard benchmark-waarden, maar Europa moedigt bedrijven aan om echte uitstootdata bij hun leveranciers op te vragen. En dat blijkt niet evident.
‘Veel buitenlandse leveranciers hebben die informatie gewoon niet beschikbaar’, zegt Vancouillie. ‘Of bedrijven krijgen cijfers waarvan het moeilijk is om de betrouwbaarheid te controleren.’
Veel ondernemingen beseffen pas nu dat hun goederen effectief geblokkeerd kunnen worden als de CBAM-aangifte ontbreekt. We zien al gevallen waarbij douaneproducten niet worden vrijgegeven.
Tim Vancoullie, oprichter duurzaamheidsadviesbureau E-luse
Voor kmo’s betekent dit vaak extra communicatie, administratie en expertise die voordien niet nodig was. De financiële gevolgen worden de komende jaren steeds zichtbaarder. Importeurs zullen immers effectief CBAM-certificaten moeten aankopen naarmate de overgangsperiode afloopt.
Volgens Vancouillie kan dat aankoopbeslissingen veranderen. ‘Bedrijven die vandaag goedkoop buiten Europa inkopen, zullen plots dezelfde koolstofkosten dragen als Europese producenten. Dat kan een stimulans zijn om opnieuw lokaal of Europees te sourcen.’
Een systeem in volle evolutie
De Europese Commissie plant mogelijk uitbreidingen naar andere productgroepen, al is daar voorlopig geen concrete timing voor. Dat de huidige lijst sterk lijkt op de sectoren die eerder onder het ETS vielen, noemt Vancouillie geen toeval. Hij verwacht dat CBAM de komende jaren een structurele impact zal hebben op internationale handel.
‘Voor bedrijven die importeren van buiten Europa verandert er fundamenteel iets. Koolstof wordt een echte kostenfactor in de toeleveringsketen.’
Voor kmo’s luidt de boodschap: CBAM is geen ver-van-mijn-bedregel meer, maar een nieuw onderdeel van zakendoen in Europa. Wie invoert, moet voortaan niet alleen naar prijs en kwaliteit kijken, maar ook naar de klimaatvoetafdruk.