Nieuwe EU-regels verplichten herstelbaarheid en recyclage

Karel Van Acker, professor duurzaam materialenbeheer aan de KU Leuven

Met de nieuwe Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) en de komst van het Digital Product Passport (DPP) zet de Europese Unie circulariteit centraal in haar industriebeleid. ‘Circulariteit is geen optie meer, maar een toegangsticket tot de Europese markt’, stelt KU Leuven-professor Karel Van Acker.

Wat jarenlang begon als een niche voor duurzaamheidsvoorlopers, wordt nu harde realiteit voor elk bedrijf dat producten in Europa verkoopt. De nieuwe ESPR- en DPP-richtlijnen verplichten bedrijven om producten zo te ontwerpen en te documenteren dat ze langer meegaan, makkelijker te herstellen en te recycleren zijn, met als doel het grondstoffengebruik te verminderen en de Europese economie duurzamer en competitiever te maken.

Volgens Karel Van Acker, professor duurzaam materialenbeheer aan de KU Leuven en coördinator van het platform Circulaire Economie@KU Leuven, is dat een logische en noodzakelijke stap.

‘Dit komt niet uit de lucht gevallen. De ecodesign-regelgeving was vroeger vooral gericht op energie-efficiëntie. Wat we nu zien, is een duidelijke verschuiving naar materiaal-efficiëntie en levensduurverlenging.’

Waardeketens

De kern van de nieuwe regelgeving ligt volgens Van Acker niet bij individuele producten, maar bij de volledige waardeketen. ‘Circulaire economie gaat niet over één bedrijf of één product. Het gaat over waardeketens. En net daar is vandaag veel ruimte voor verbetering.’

Met betere data verlaag je de investeringsrisico’s voor banken en investeerders.

Karel Van Acker, professor KU Leuven

Een van de grootste obstakels voor circulariteit is het gebrek aan informatie-uitwisseling tussen schakels in die keten. Recyclagebedrijven weten niet altijd hoe producten zijn samengesteld, of hoe ze veilig en efficiënt ontmanteld kunnen worden. Herstellers missen technische informatie om onderdelen te vervangen of te reviseren.

‘Als we waardeketens efficiënter willen maken op vlak van grondstoffen en materialen, dan moet die informatie vlot kunnen stromen’, zegt Van Acker. ‘Daar kunnen de Digital Product Passports een cruciale rol in spelen.’

Nieuwe businessmodellen

Het Digital Product Passport zal per product vastleggen welke materialen zijn gebruikt, hoe het is samengesteld, hoe het kan worden hersteld en gerecycleerd, en welke milieu-impact eraan verbonden is. Niet alle informatie wordt publiek, benadrukt Van Acker. ‘Het is absoluut niet de bedoeling om intellectuele eigendom prijs te geven.’

Hij vergelijkt het systeem met de gezondheidszorg. ‘Er is heel veel over uw gezondheid bekend, maar uw buurman weet daar niets van. Alleen de relevante artsen of instellingen hebben toegang tot de juiste gegevens. Zo moet het hier ook werken.’

Die gerichte transparantie kan volgens hem een doorbraak betekenen voor circulaire businessmodellen. ‘Vandaag is er veel onzekerheid, zeker bij banken en investeerders. Wat is een product over vijf of tien jaar nog waard? Hoe herstelbaar is het? Met betere data kan je dat inschatten, en dat verlaagt de investeringsrisico’s aanzienlijk.’

Licentie om te verkopen

De impact van de ESPR zal groot zijn. Producten die niet voldoen aan de nieuwe minimumeisen rond herstelbaarheid, betrouwbaarheid en recyclage, zullen simpelweg niet meer op de Europese markt mogen verschijnen. Circulariteit wordt daarmee een basisvoorwaarde.

‘Je kan het zien als een licentie om in Europa te verkopen’, zegt Van Acker. ‘Maar eigenlijk is het gewoon een minimumdrempel. Mijn hoop is dat bedrijven verder gaan dan dat minimum en er een competitief voordeel van maken.’

Mijn hoop is dat bedrijven verder gaan dan de ESPR en er een competitief voordeel van maken.

Karel Van Acker, professor KU Leuven

Dat is volgens hem geen naïef idealisme, maar economische noodzaak. ‘Als we het over competitiviteit hebben, dan moeten we ook kijken naar materiaalproductiviteit: hoeveel economische waarde creëren we met een ton grondstof? Daar is de groei de afgelopen jaren quasi stilgevallen. In tegenstelling tot arbeids- en energieproductiviteit.’

Sommige bedrijven vrezen dat strengere Europese regels de deur openzetten voor goedkope import uit landen met lagere standaarden en minder regels. Van Acker deelt die bezorgdheid niet.

‘De EU-regels gelden voor alle producten die op de Europese markt worden gebracht, ook geïmporteerde. Importeurs zullen moeten aantonen dat hun producten voldoen aan wat vereist wordt.’

Cruciaal is wel dat Europa die handhaving ernstig neemt. ‘De mechanismen moeten er zijn, maar het principe is helder: gelijke regels voor iedereen.’

Herstelbaarheid

Wat zullen consumenten en bedrijven in de eerste plaats concreet merken? Volgens Van Acker zal vooral herstelbaarheid de eerste grote verandering zijn. ‘Levensduurverlenging is de snelste manier om materiaalproductiviteit te verhogen. Je gebruikt dezelfde grondstoffen gewoon langer.’

Als we het over competitiviteit hebben, dan moeten we ook kijken naar materiaalproductiviteit: hoeveel economische waarde creëren we met een ton grondstof?

Karel Van Acker, professor KU Leuven

Dat zal gevolgen hebben voor het ontwerp en het verdienmodel van producenten, bijvoorbeeld in de elektronicasector.

‘Smartphoneproducenten verdienen vandaag vaak meer aan snelle vervanging door een gloednieuw toestel dan aan een langere levensduur. Maar die trend is niet houdbaar. Producenten doen er goed aan om daar diensten rond te ontwikkelen, en zelf mee te profiteren van hergebruik en herstel.’

Traceerbaarheid

Tot slot wijst Van Acker op een bijkomend, vaak onderschat aspect: veiligheid en milieu-impact van materialen en chemicaliën. ‘Ook daar wordt traceerbaarheid steeds belangrijker. Weten wat er in producten zit, is essentieel voor gezondheid, veiligheid en milieu.’

Zijn conclusie is duidelijk: circulariteit is geen modewoord meer, maar een structurele economische realiteit. ‘Als we echt werk willen maken van decarbonisatie en duurzaam grondstoffengebruik, dan kan het niet anders dan transparanter, slimmer en circulairder. De regelgeving duwt ons die richting uit. De winnaars van morgen zullen daar een voordeel van maken.’