Waar bedrijven vroeger vooral moesten aantonen hoeveel stikstof of fosfor hun afvalwater bevatte, draait het vandaag almaar vaker om piepkleine concentraties van specifieke microvervuilers, zoals PFAS. Die stoffen bepalen in toenemende mate of water nog mag worden geloosd, hergebruikt of verder behandeld. Het Belgische Inopsys speelt daarop in met modulaire zuiveringstechnologie en ontwikkelt nieuwe oplossingen die subsidieerbaar zijn door de hulp van KPMG.
Vroeger loosden bedrijven hun afvalwater in het riool. Dat veranderde vanaf de jaren zeventig en tachtig, toen de overheid hen oplegde om hun afvalwater zelf te zuiveren. Het meest vervuilde water voerden ze af naar verbrandingsovens. Het water verdampte en de overige onderdelen werden vernietigd of bleven achter in de as, waaruit recuperatie bijzonder moeilijk is.
Dat was zonde’, zegt Kwinten Van Eyck, medeoprichter en CTO van Inopsys. ‘Water verbranden in tijden van water- en energieschaarste is moeilijk te verantwoorden. Bovendien gingen waardevolle metalen, zoals palladium, verloren. Ter plaatse behandelen en hergebruik mogelijk maken, is daarom onze eerste focus.’
Met dezelfde technologie kan Inopsys ook microvervuilers uit afvalwater halen, een vraag die volgens Van Eyck al jaren toeneemt. ‘‘Door veranderende wetgeving is er meer aandacht voor ecotoxiciteit, maar ook voor afzonderlijke componenten waarvan we de toxiciteit steeds beter begrijpen. Daarom testen we vandaag niet alleen aan de bron, maar ook op het lozingspunt.’
Modulair model
Inopsys werkt met mobiele zuiveringsunits op de productiesite van de klant. ‘Wij werken doorgaans via het DBFOM-model: design, build, finance, operate, maintain’, zegt Van Eyck. ‘We ontwerpen en bouwen de installatie op maat en blijven eigenaar. Dat laat ons toe om delen toe te voegen, aan te passen of weg te halen in functie van het vereiste resultaat. En aan het eind van een opdracht blijft het bedrijf er niet mee zitten. Bovendien bieden we de installatie capexvrij aan, dus de klant moet zelf vooraf niet in de installatie investeren.’
Omdat we meer en meer schadelijke stoffen kunnen identificeren, en de bijhorende wetgeving en technologie snel evolueren, is begeleiding een must. ‘Wij werken met multidisciplinaire teams van ingenieurs en scheikundigen en vertalen de steeds strengere regelgeving naar technologisch en economisch haalbare oplossingen.’ Die aanpak blijkt onder meer bij PFAS. ‘Waar het vroeger om slechts enkele componenten ging, monitoren we er nu reeds een twintigtal die allemaal een andere behandeling vereisen. Zo’n toename verhoogt de complexiteit, maar biedt ook kansen voor innovatie.
Van Eyck vervolgt: ‘Door die nieuwe inzichten overtreedt een bedrijf soms ongewild de milieuwetgeving. Een effectieve zuivering is niet altijd mogelijk, omdat een afdoende technologie nog niet bestaat. Wij ontwikkelen innovatieve technologieën om die nieuwe zorgwekkende stoffen aan te pakken, waardoor we telkens meer soorten vervuiling kunnen aanpakken’.

‘Telkens als wij een technologie kunnen ontwikkelen, kunnen we ook een nieuwe vorm van vervuiling aanpakken.’
Kwinten Van Eyck, medeoprichter en CTO van Inopsys
Steun voor innovatie
Wie technologisch innoveert, kan aanspraak maken op steunmaatregelen. Daarom ging Inopsys in zee met KPMG Grants & Incentives Practice. Matthias Marescaux leidt daar het team.
‘Wij helpen Inopsys bij hun PFAS-ontwikkelingsproject. Met gerichte vragen brengen we de markt in kaart en leggen daarnaast hun aanbod onder de loep. Onze rol is om opbouwende kritiek te leveren, zeg maar. Ons team is multidisciplinair. Daardoor kunnen we gerichte vragen stellen, alternatieve technieken aanreiken en data analyseren. We bekijken ook welke steun het project kan krijgen bij VLAIO, dat 25% tot 50% van zo’n ontwikkelingsproject subsidieert, afhankelijk van de grootte van het bedrijf en de eventuele samenwerking tussen bedrijven onderling. Door over alle stappen na te denken, beschikt de klant, in dit geval dus Inopsys, over een gedetailleerd projectplan. Dat versnelt de werking zodra het bedrijf effectief naar de markt trekt. Zo bouwt Inopsys een technologische voorsprong die het bedrijf onmisbaar maakt.’

‘Door alle stappen grondig door te denken, bouwt de klant een technologische voorsprong op die hem onmisbaar maakt.’
Matthias Marescaux, Director Grants & Incentives Practice bij KPMG
Van Eyck bevestigt de meerwaarde van de samenwerking. ‘KPMG heeft ons de juiste vragen gesteld, ontzorgd en tegelijk uitgedaagd. Ondertussen sparren we met hen al over een tweede project. Want telkens we een technologie kunnen ontwikkelen, kunnen we ook een nieuwe vorm van vervuiling aanpakken.’
Volgens Marescaux komt een brede groep bedrijven in aanmerking voor zulke ondersteuning. ‘Elk ambitieus bedrijf dat wil groeien door volop voor technologische innovatie te gaan, komt hiervoor in aanmerking. Sommige ondernemers denken dat dit niets voor hen is. Maar door in dit traject te stappen, krijgt hun ontwikkelingsproject meer vaart en dienen ze toch een subsidiedossier in. Een innovatieve aanpak, waar mogelijk gekoppeld aan de juiste steunmaatregelen, verbetert niet alleen het toekomstperspectief van het bedrijf, maar ook dat van Vlaanderen en zijn inwoners.’
Wilt u weten welke steunmaatregelen uw innovatieproject kan krijgen? Ontdek hoe KPMG Grants & Incentives uw dossier kan versterken en uw technologische ambities mee kan versnellen.