Sinds de invoering van de CSRD moeten bedrijven hun duurzaamheidsrapportering veel strikter onderbouwen. Dat zorgt niet alleen voor extra verplichtingen, maar ook voor een kans: met externe assurance kunnen ondernemingen hun ESG-rapportage omvormen van een loutere rapporteringsoefening tot een instrument voor sturing, transparantie en waardecreatie. Tegelijk wordt ze een belangrijke drijfveer voor daadwerkelijke duurzaamheidsimpact. Steven Mulkens en Filip De Bock van KPMG lichten toe hoe dat werkt.
Toen de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) in 2024 in werking trad voor een eerste groep bedrijven, ging er een kleine schokgolf door Europa. De richtlijn verplicht organisaties om hun duurzaamheidsrapportering op een gestructureerde manier aan te pakken. Dat brengt heel wat strategische voordelen met zich mee, maar ook de nodige kopzorgen.
‘Financiële rapportering bestaat al meer dan tweehonderd jaar en steunt op duidelijke regels. Duurzaamheidsrapportering is een veel jonger gegeven en is bijgevolg heel wat minder matuur. De vereisten zijn complex en evolueren voortdurend, wat voor uitdagingen zorgt’, zegt Steven Mulkens, Partner bij KPMG.
Veel bedrijven stellen al jarenlang een duurzaamheidsrapportering op. Ook los van de CSRD zijn er verschillende vrijwillige richtlijnen die als leidraad kunnen dienen.
‘We zien dat een stijgend aantal bedrijven die niet onder de CSRD vallen, nu de VSME-standaarden (Voluntary Sustainability Reporting Standard for SME’s) als kader gebruiken’, zegt Filip De Bock, Head of Audit bij KPMG. ‘Zulke richtlijnen bieden houvast bij de rapportering onder een eenvoudiger en flexibel vrijwillig raamwerk. Wie vrijwillig rapporteert, focust doorgaans ook op een beperkter aantal indicatoren.’
Juiste focus
‘De voorbereiding op het rapporteren over duurzaamheid en het verkrijgen van assurance heeft heel wat voeten in de aarde voor ondernemingen. Een assuranceproces kan je vergelijken met een financiële audit: ook hier doorloop je verschillende stappen: planning, risicobeoordeling, uitvoeren van datagerichte procedures en rapportering’, zegt Mulkens.
Een dubbele materialiteitsanalyse helpt bedrijven te bepalen welke impact de organisatie heeft op haar omgeving, en omgekeerd welke risico’s en opportuniteiten duurzaamheidsthema’s hebben op de organisatie.
‘Dat geeft een duidelijke indicatie van waarop je moet focussen. Bij veel bedrijven zijn dat klimaatgerelateerde informatie, data over eigen werknemers, en governancethema’s. Dit bepaalt meteen ook welke informatie of data er verzameld moet worden.’
Die dataverzameling kan een uitdaging zijn omdat mature rapporteringsprocessen of geschikte tooling vaak nog ontbreken.
‘Het opstellen van zo’n duurzaamheidsrapportering is vaak een goede aanleiding om het informatie- en rapporteringsproces op punt te stellen. Door onze assurancecontroles kunnen we ook zaken in vraag stellen en laten bijsturen, want het risico bestaat dat er fouten sluipen in de datacollectie en rapportering. We zien bijvoorbeeld vaak onderschattingen van CO2-uitstoot, of onjuiste rapportering van arbeidsongevallen. Onrechtstreeks worden ook systemen en processen op de proef gesteld.’
Meer dan papier
Dat een externe partij als KPMG betrokken is bij de attestatie van zo’n rapportering, zorgt voor een verbeterde datakwaliteit en bijgevolg bijkomende gemoedsrust bij stakeholders.
‘We controleren en valideren de gerapporteerde informatie, wat de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid versterkt’, aldus Mulkens. ‘Zo transformeert de ESG-rapportage van corporate storytelling naar coherente, robuuste en kwaliteitsvolle informatie waarop investeerders en andere belanghebbenden zich kunnen baseren in hun besluitvorming.’
‘Een duurzaamheidsrapportering is een vorm van transparantie die belangrijk is voor stakeholders’, vult De Bock aan. ‘Zij kijken niet alleen naar ambities, maar ook naar de behaalde resultaten en de daadwerkelijke impact. Veel bedrijven koppelen daarom concrete doelstellingen aan hun ambities, zodat ze hun waarden kunnen vertalen in cijfers en acties.’
Die transparantie en betrouwbaarheid leidt tot belangrijke gevolgen op verschillende niveaus, legt Mulkens uit.
‘Een sterkere interne governance, verbeterde operationele efficiëntie, lagere kapitaalkosten en kapitaalallocatie naar duurzamere bedrijfsmodellen zijn enkele van de effecten die we terugzien. Meetbare, bruikbare en geverifieerde duurzaamheidsinformatie groeit zo uit tot een managementinstrument, net zoals financiële informatie dat al langer is.’

‘Meetbare, bruikbare en geverifieerde duurzaamheidsinformatie groeit uit tot een managementinstrument, net zoals financiële informatie dat al langer is.’
Steven Mulkens, Partner bij KPMG
Ambitie tonen
Een eerste duurzaamheidsrapportering is dan ook meer dan een momentopname: het is het begin van een traject van continue verbetering.
‘Duurzaamheid draait niet om rapportering op zich. Doelstellingen dienen daarom vertaald te worden naar operationele realiteit en concrete initiatieven. Meetbare en geverifieerde duurzaamheidsdoelstellingen en -resultaten kunnen op hun beurt dan weer transparant gecommuniceerd worden in volgende rapporteringscycli’, zegt Mulkens.
‘Een belangrijke stap is werk maken van je cultuur, waarden, strategie en ambities. Formuleer doelen waar je naartoe kunt werken. Meet je vooruitgang ten opzichte van deze doelen, ook als tegemoetkoming aan de verwachtingen van stakeholders’, zegt De Bock. ‘Dit kan dan ook de strategische en investeringsbeslissingen van de onderneming drijven. Zo wordt duurzaamheid een onderdeel van het DNA van de onderneming.’

‘Een belangrijke stap is werk maken van je cultuur, waarden, strategie en ambities. Formuleer doelen waar je naartoe kunt werken. Meet je vooruitgang ten opzichte van deze doelen, ook als tegemoetkoming aan de verwachtingen van stakeholders.’
Filip De Bock, Head of Audit bij KPMG
Dat veel Belgische bedrijven werk maken van een duurzame wereld, bewijzen de Changemakers. De Tijd en L’Echo gingen op zoek naar de 30 Belgische bedrijven met de beste en beloftevolste klimaat- en milieuoplossingen, en belonen hen met media-aandacht. Dit jaar wordt er opnieuw een award uitgereikt in twee categorieën: Established Companies en Emerging Companies. De lezers van De Tijd en L’Echo kunnen ook nog stemmen op hun favoriete bedrijf.
‘Die bedrijven nemen duurzaamheid echt ter harte en geven haar een operationele dimensie. Het voelt bij hen niet als een verplicht nummer. Bovendien is aangetoond dat bedrijven die hier sterk op inzetten ook beter gewapend zijn tegen bedrijfsrisico’s, bijvoorbeeld in crisistijden. Denk daarbij aan het gebruik van alternatieve energiebronnen op momenten dat de energiebevoorrading onder druk staat, zoals we actueel ondervinden door de situatie in het Midden-Oosten’, zegt Mulkens.
Meer dan compliance
Dat Europa de regels rond de CSRD iets minder rigide heeft gemaakt, betekent volgens De Bock niet dat duurzaamheid minder belangrijk is geworden, al ziet hij wel een verschuiving.
‘Bedrijven die duurzaamheid louter als een verplicht nummertje beschouwen, haken sneller af of schalen hun initiatieven en rapportering terug. Organisaties die echt op waardecreatie inzetten, blijven volhouden en onderscheiden zich net. Zij nemen vandaag een voorsprong op morgen.’
De essentie
Externe assurance maakt van duurzaamheidsrapportering meer dan een compliance-oefening. Ze helpt bedrijven om betrouwbare ESG-data te verzamelen, de juiste prioriteiten te bepalen en transparant te rapporteren over zowel ambities als resultaten. Daardoor groeit duurzaamheidsinformatie uit tot een managementinstrument dat waarde creëert voor stakeholders, financiers en de onderneming zelf.
Bedrijven die duurzaamheid ernstig nemen, gebruiken rapportering niet als doel op zich, maar als middel en drijfveer. Wie duidelijke duurzaamheidsdoelstellingen formuleert, de juiste data verzamelt en die extern laat toetsen, vergroot niet alleen zijn geloofwaardigheid, maar bouwt ook aan een sterkere en veerkrachtigere onderneming.