Belgische datacenters tegen 2030 klimaatneutraal?

Tegen 2030 willen datacenters in ons land klimaatneutraal zijn. De Belgian Digital Infrastructure Association streeft daarbij het Europese Climate Neutral Data Centre Pact na. Friso Haringsma, bestuurder bij BDIA, vertelt welke uitdagingen hierbij komen kijken. ‘De echte AI-megafarms worden vooral in Scandinavië gebouwd, waar volop groene stroom beschikbaar is en de kou voor natuurlijke koeling zorgt.’

De Belgische datacentersector zet stevige stappen richting klimaatneutraliteit tegen 2030. Grofweg zijn er twee types datacenters in ons land. De commerciële datacenters, die IT-infrastructuur als dienst aanbieden, omvatten ongeveer 20 bedrijven met samen 30 tot 35 locaties.  ‘Deze verbruiken jaarlijks rond de 100 megawatt aan stroom’, zegt Friso Haringsma, bestuurder bij de Belgian Digital Infrastructure Association (BDIA) en CEO van Datacenter United.

Daarnaast zijn er nog vele interne IT-ruimtes in grote bedrijven, overheidsdiensten en instellingen zoals de farmaceutische sector en defensie. Deze kleinere datacenters zijn vaak minder efficiënt en vallen niet onder de BDIA. ‘Toch verbruiken ze samen naar schatting 200 megawatt—dubbel zoveel als de commerciële datacenters’, zegt Haringsma.

‘Er is striktere regelgeving nodig om ook deze spelers ertoe aan te zetten om extra in te zetten op de vergroening van hun systemen. Want veel bedrijven en overheden gebruiken nog verouderde IT-ruimtes die drie tot tien keer minder efficiënt zijn dan moderne datacenters.’

De weg naar klimaatneutraliteit

De commerciële datacenters zetten al sterk in op duurzaamheid. 100% van de ingekochte stroom is afkomstig uit hernieuwbare bronnen, al wordt deze niet altijd in België opgewekt. Ook kernenergie speelt een rol. ‘Dit is vandaag nog altijd een van de meest schone energiebronnen, zeker als je kijkt naar de lokale CO₂-uitstoot’, zegt Friso Haringsma. Om de impact de komende jaren nog verder te verkleinen, werken de datacenters aan verschillende strategieën.

Onze datacenters zijn in feite de parkeerplaatsen van digitale infrastructuur.

Friso Haringsma, bestuurder bij Belgian Digital Infrastructure Association

Zo is er warmterecuperatie. Friso Haringsma: ‘De restwarmte van servers kan gebruikt worden voor industrie, warmtenetten en gebouwenverwarming. Dat gebeurt vandaag al op verschillende locaties, bijvoorbeeld in Antwerpen, waar een datacenter al tien jaar lang magazijnen van de buren verwarmt.’

Er wordt ook ingezet op efficiëntere koeling. Innovaties zoals liquid cooling zijn efficiënter dan traditionele luchtkoeling doordat ze beter warmte afvoeren, energie besparen, stiller en compacter zijn, hogere serverprestaties mogelijk maken en milieuvriendelijker zijn. En er zijn ook initiatieven rond eigen hernieuwbare energie. ‘Steeds meer datacenters sluiten CPPA’s (Corporate Power Purchase Agreement, nvdr) af of investeren in windmolens en zonneparken om een deel van hun stroom zelf op te wekken’, zegt Haringsma.

Uitdagingen bij klanten en gebruikers

De sector zet ook in op samenwerkingen met netbeheerders en overheden om het elektriciteitsnet beter af te stemmen op de noden van datacenters. De grootste uitdaging zit echter niet bij de datacenters zelf, maar bij hun klanten. ‘Onze datacenters zijn in feite de parkeerplaatsen van digitale infrastructuur’, legt Haringsma uit.

‘Wij bepalen zelf niet wie met een oldtimer of een hypermoderne elektrische wagen binnenrijdt. De energieconsumptie hangt af van de servers en applicaties die onze klanten draaien. Wij kunnen enkel de faciliteiten zo energiezuinig mogelijk maken.’ Sensibilisering is hierbij cruciaal.

‘We moedigen bedrijven aan om hun servers in eco-modus te zetten, apparatuur die niet gebruikt wordt uit te schakelen en hun IT-infrastructuur te consolideren.’

Ook de groei van artificiële intelligentie (AI) vormt een nieuwe uitdaging voor de datacentersector. AI-modellen vragen gigantische hoeveelheden rekenkracht, wat leidt tot een verhoogd stroomverbruik. Toch verwacht Haringsma niet dat België een hotspot wordt voor grootschalige AI-datacenters.

‘De echte AI-megafarms zullen in Noord-Europa komen, waar een overschot aan hernieuwbare energie is en waar koude temperaturen natuurlijke koeling mogelijk maken’, zegt hij.

‘België zal eerder lokale AI-knooppunten huisvesten, om de snelheid van dataverwerking voor gebruikers te optimaliseren.’ Klimaatneutraliteit voor de datacentersector in 2030 is haalbaar, besluit Haringsma.

‘Maar het vergt een combinatie van technologische innovatie, strengere regelgeving en bewuste keuzes van bedrijven en gebruikers.’